Gewichtig!

Gewichtig!

Met ingang van het schooljaar 2011/2012 hanteert de Inspectie van het Onderwijs een aangepaste systematiek voor de beoordeling van de eindresultaten via de Cito Eindtoets. De brochure ‘De beoordeling van opbrengsten in het basisonderwijs’ is hierdoor gewijzigd. De nieuwe werkwijze is voor kleine en grote scholen gelijk, is transparanter en kan scholen helpen met het stellen van betere doelen.

De inspectie van het onderwijs vindt zichzelf opnieuw uit. Niet dat ze tot het inzicht zijn gekomen dat georganiseerd wantrouwen niet werkt, wel dat ze de veroordeling van opbrengsten in het basisonderwijs hebben gewijzigd. Niets mis mee, toch? Voortschrijdend inzicht.

Inderdaad. Wilt u meer lezen van wat de inspectie bedoelt met wijzigen? Dat kan hier.

Ik help u alvast met een raadseltje.

Bij het bepalen van de onder- en bovengrenzen van de eindresultaten houdt de inspectie rekening met de leerlingenpopulatie. Dit gebeurt via het schoolgewicht (het percentage gewogen leerlingen van een school). Het schoolgewicht, waarbij de opleiding van ouders de bepalende factor is, speelt een rol bij de toekenning van extra financiering door de overheid. Het is plausibel dat scholen voor 1.2-leerlingen meer inspanning moeten verrichten om hen tot eenzelfde resultaat op de eindtoets te brengen als voor 0.3-leerlingen.

Al zijn er genoeg argumenten aan te dragen op basis waarvan ik bovenstaande bewering niet plausibel acht, het staat er wel lekker duidelijk. Als pa en ma geen opleiding hebben genoten krijg je als school meerd geld, want de kinderen die uit zo’n nest komen zullen ook wel minder presteren= meer inspanningen verrichten om er nog wat van te maken ( vrij vertaald, dat wel).

Edoch, als we verder puzzelen zie ik dit.

Hoe die extra inspanning gewogen moet worden in relatie tot de leerresultaten, is echter lastig te bepalen. Bovendien groeien de landelijk gemiddelde scores op de eindtoets voor 0.3- en 1.2-leerlingen steeds meer naar elkaar toe. Om deze redenen maakt de inspectie voor het bepalen van het schoolgewicht in het kader van de opbrengstbeoordeling geen onderscheid tussen 0.3- en 1.2-leerlingen.

Dat noem ik nu nog eens voortschrijdend inzicht. Knippen en plakken, beetje bijschaven. En dan krijg je dit.

Bij het bepalen van de onder- en bovengrenzen van de eindresultaten hield de inspectie jarenlang rekening met de leerlingenpopulatie. Dit gebeurde via het schoolgewicht. Het schoolgewicht, waarbij de opleiding van ouders de bepalende factor is, speelt nog steeds ( of nog wel???) een rol bij de toekenning van extra financiering door de overheid. Het was voor de inspectie jarenlang plausibel dat scholen voor 1.2-leerlingen meer inspanning moesten verrichten om hen tot eenzelfde resultaat op de eindtoets te brengen als voor 0.3-leerlingen. Hoe die extra inspanning gewogen moet worden in relatie tot de leerresultaten, is nu opeens echter lastig te bepalen. Daar hebben we de afgelopen jaren wel ons toezicht grotendeels op gebaseerd en de beoordeling van alle scholen in ons land. Bovendien groeiden de landelijk gemiddelde scores op de eindtoets voor 0.3- en 1.2-leerlingen steeds meer naar elkaar toe. ( zou dat te maken hebben met die extra inspanningen???) Om deze redenen maakt de inspectie nu maar voor het bepalen van het schoolgewicht in het kader van de opbrengstbeoordeling geen onderscheid meer tussen 0.3- en 1.2-leerlingen.

Ik heb zo een vermoeden dat er binnenkort een gewichtige mededeling vanuit het ministerie van OCW gaat komen.

Om de bezuinigingen op (Passend) Onderwijs teniet te doen gaat de gewichtenregeling en de geldstromen die daar mee samenhangen op de schop.

Heavy!