Over bestuurlijke schimmel en beleidsmatige lulkoek

Over bestuurlijke schimmel en beleidsmatige lulkoek

In NRC-Next 22 juni een mooi verhaal over bovenstaand onderwerp. En ik vraag me steeds af waar die schimmel en die lulkoek vandaan komt. Een tipje van de sluier. Inmiddels hebben we een dochter op het HBO zitten en die moet een onderzoekje doen bij haar stagebedrijf. Maar eerst even terug naar het verhaal van Ewald Engelen, hoogleraar financiële geografie in NRC-Next.

Na een paar voorbeelden komt de hoogleraar tot de essentie en doelstelling van beleidsmatige lulkoek. Die voorbeelden kennen dezelfde elementen aldus Ewald: (1) een projectorganisatie met een prominente ‘trekker’, (2) een eigen adres en een eigen logo, (3) meestal gevolgd door een futurologische maquette of een glimmende brochure, (4) een website die dat virtueel verdubbelt, en (5) natuurlijk dure rapporten van gerenommeerde hoogleraren die de verhalen aan academische legitimiteit moeten helpen.

Het gaat dan ook helemaal niet meer om de realiteit, maar om ‘lulkoek’ en die heeft vier belangrijke functies/doelstellingen: het suggereert daadkracht (neem bijvoorbeeld het woord SMART), projecteert succes (door een strakke regie), genereert draagvlak (kijk ons eens communiceren) en verdoezelt de coalities van particuliere belangen die zich erachter hebben geschaard (het lijkt algemeen belang, maar is een verzameling ’samen voor ons eigen’). Het verhaal van Ewald Engelen toont dat subliem aan.

Even terug naar onze dochter: ze moet haar stagebedrijf een onderzoekje doen: ‘Is een andere doelgroep ook interessant voor onze dienst?’ Volgens mij kan ze als 3e jaars studente zomaar beginnen. Ze heeft vaker stage gelopen, doet allerlei projectjes in de vrijwilligerssfeer en toont vooral ‘gezond boerenverstand’ (zeg ik maar even als trotse vader).

Maar het onderzoek moet van A tot Z verpakt worden in de eisen van de HBO-instelling. hoofdvraag, deelvragen, theoretisch kader, te ontwikkelen competenties. Een wirwar aan woorden waarin ze de weg kwijt raakt. Tientallen mailtjes vliegen over het net, ze zit in de Caribbean, waarbij Papa als bedrijfskundige de wirwar aan modewoordjes moet ontwarren. Ik ben nog van het type, laat nou maar … begin nou gewoon met dat onderzoek en help ‘je klant’. Leuk al die tools, maar het zijn maar hulpmiddelen. Het woord zegt het al: tools.

Maar al snel treed de verwarring op: het moet wel allemaal passen in die mal(ligheid). ‘Ik heb niets aan een goed geholpen klant en een onvoldoende voor mijn stageverslag. Je moet wel reeel zijn, Papa!’ Mijn vrouw kijkt me aan en knikt: ‘Help haar nu maar gewoon, Jaap’. Als ze Jaap toevoegt, dan wordt het serieus. Het is natuurlijk onze dochter en haar toekomst is vanzelfsprekend belangrijker voor ons dan het doelgroepenbeleid van het stagebedrijf. En zo word ik ook mededader in het grote complot: het creeren van managementschimmel en -lulkoek.

Ik vraag me steeds meer af: als ze is afgestudeerd, wat kan ze dan? In HBO-termen: welke competenties heeft ze dan precies ontwikkeld? U weet het, ik weet het en Ewald Engelen weet het ook! Ik hoop dat ze het zelf ook weet!


Lees verder in NRC-Next

NB: met dank aan de tweet van Jos Verveen de auteur van het boek Bullshit-Management.