Afgelopen vrijdag met de voeten in de klei het team van een mooie school gemeld dat ze met de referentieniveaus aan de slag mogen. Gejuich aan de koffietafel, tranen in de ogen, het schooljaar kan nu al niet meer stuk. Naast de individuele handelingsplannen, groepsplannen, methodegebonden toetsoverzichten, cito toetsoverzichten, allergielijsten, pleinwachtroosters en dan vergeet ik ook nog wel wat. Tussen het administreren door geven we dan ook nog gewoon les. Een van de juffen had in haar vakantie onder de palmboom echter bereik op haar telefoontje. Daar had ze een interessant artikel op internet aangetroffen. En wat haar het meest trof?
In het nieuwe schooljaar, dat vandaag in het midden van het land van start gaat, gaan veel scholen verder met hun aanpak om de taal- en rekenprestaties van de leerlingen te verhogen. Op meer dan driekwart van de basisscholen en scholen voor speciaal onderwijs zijn de leerresultaten op taal en rekenen door deze aanpak aantoonbaar verbeterd.
Goed nieuws reist snel, wat is hier dan mis mee zult u zeggen. Niets, maar gaat er al een lichtje branden?
Verbetertrajecten werpen hun vruchten af in het taal- en rekenonderwijs. Tussenresultaten van basisscholen en scholen voor speciaal onderwijs zijn veelbelovend.
Nog geen contact?
“Als de verbetertrajecten op deze weg doorgaan, koersen leraren, schoolleiders en schoolbestuurders daadwerkelijk af op een hoger onderwijsniveau voor elk kind.”
Oh, je bedoelt dat leerkrachten helemaal geen referentieniveaus nodig hebben om daadwerkelijk af te stevenen op een hoger onderwijsniveau voor elke kind. Bingo! Nieuwe ballen graag.
