Groter is niet altijd slechter

Groter is niet altijd slechter

Grote scholen zijn uit, kleinschaligheid is in. Tenminste, als je de onderwijsparagrafen van een fors aantal politieke partijen mag geloven.

In 1993 onderzocht het SCP de gevolgen van schaalvergroting in het basisonderwijs. De doelstelling van deze notitie was;

het geven van een inzicht van de gevolgen van de schaalvergrotingsoperatie Toerusting en Bereikbaarheid (T&B) op basis van het scholenbestand van het schooljaar 1992/’93.

Het ging hier globaal om gevolgen in termen van kosten, de inzet van personeel, en het scholenaanbod. En dat is in het rapport dan ook duidelijk te lezen. Vooral de slotbeschouwing laat duidelijk blijken wat onderwijsbeweging de laatste 20 jaar vooral was: besparingen, bezuinigingen, kostenreductie. kortom: de intensieve kindhouderij ten top.

Op de kop af een jaar geleden publiceerde het Nederlands dagblad een fraai artikel met als kop: Schaalvergroting is goed voor het basisonderwijs. Kern van het artikel:

Door de complexe regelgeving en geldstromen is het onderwijs zo ingewikkeld geworden dat een professionelere aanpak noodzakelijk was. Het bleek voor de schoolbesturen een onmogelijke opgave op de hoogte te blijven van de materie en met de directeur vorm te geven aan de richting van het beleid. Nu een schooldirecteur niet meer te maken heeft met een bestuur, maar met een professioneel algemeen directeur en een stafbureau, heeft de schoolorganisatie zich verregaand geprofessionaliseerd.

De menselijke maat is hier m.i. ver te zoeken. Op zoek naar deze maat profileert de politiek zich: We stimuleren de bouw van kleine scholen. Lekker oplossingsgericht scoren, maar betekenisvol en zinvol?  het lijkt mij goed dat de politiek het vandaag gepubliceerde onderzoek van research voor beleid en LAKS leest:

In politiek en media woeden discussies over de effecten van schaalvergroting in het onderwijs op schoolklimaat, welbevinden van leerlingen, ouderbetrokkenheid en onderwijs-opbrengsten. Deze discussie over de “menselijke maat” van scholen wordt zelden gevoerd aan de hand van resultaten van onderzoek. Ook het perspectief van de leerling ontbreekt tot nu toe grotendeels in de discussie. Daarom heeft de scholierenorganisatie LAKS Research voor Beleid gevraagd het leerling-perspectief op schoolgrootte in kaart te brengen. Dit doen we door een panelonderzoek en een aantal groepsgesprekken met leerlingen zelf. De vraag daarbij is of en hoe bepaalde vormen van schaalgrootte positieve of negatieve effecten hebben op en voor leerlingen.

Leerlingen, beste Job/Geert/Femke/Alexander/Mark en de anderen. Weet je wel, de output van ons onderwijs, de input voor jullie(onze) economie. Misschien dat het belang van onderwijs dan blijft beklijven.

Ik blijf benieuwd tot na 9 juni.