Johan de Bruin is sinds drie jaar directeur bij Tiktak kinderopvang. Tiktak is ontstaan uit een faillisement en nu drie jaar later financieel zeer gezond. Eén van de oorzaken kan gevonden worden in Johan.
De basis van het succes van Johan ligt naar eigen zeggen in zijn jeugd: “14 x verhuisd, in 8 steden. Hierdoor pas ik mij razend snel aan, zonder mij echt te hechten”. Verder is het gedachtegoed van Etienne de la Boetié (grondlegger anarchisme) voor Johan erg aansprekend. “Veel mensen laten zich vrijwillig op een bijna slaafse manier onderwerpen, zonder daarbij te beseffen dat zij alleen dienend zijn, zolang zij dat zelf wíllen!”
Tijdens het gesprek valt meteen op dat Johan heel openlijk over zijn minpunten praat. Het imago van zijn eigen persoon maakt hij op het eerste gezicht ondergeschikt aan het bedrijf, wat typerend is voor de dienende leider. Na uitleg van Johan is het ook volkomen logisch waarom hij dit doet: het creëert namelijk een prettig leefklimaat waardoor het bedrijf maximaal rendeert. Het woordje leefklimaat wordt met extra nadruk door hem uitgesproken.
De strategie van de directeur is om bij zichzelf en zijn personeel (o.a. met een coach én kritische personeelsleden) zoveel mogelijk ‘ruimte in het hoofd te creëren’. Die ruimte bepaalt immers de totale context en daarmee de mogelijkheid om tot een verbetering te komen. Zo zijn cc’tjes aan leidinggevenden door Johan afgeschaft, aangezien deze toch vaak als pressiemiddel of indekkingsmechanisme worden gebruikt. Hiermee laat Johan zien dat ‘procedures’ die in de meeste bedrijven als volkomen normaal worden beschouwd, ‘ongezien’ een negatief effect kunnen creëren. In dit geval: angst en een tyrannie aan informatieovervloed.
Het verkrijgen van zelfinzicht en het ontmaskeren van angsten komt ook terug in het wervingsbeleid. “Het gemis aan mijn eigen talent en van het personeel zoek ik bij een nieuwe collega.” Ook maakt hij bewust gebruik van andere culturen die beter aansluiten bij de kinderopvang. “Mensen met een Marokkaanse en Turkse achtergrond denken veel meer vanuit een familiale groepscultuur en dat is ideaal voor het opvoeden van een kind in een groep. Nederlanders denken juist veel meer vanuit een ik-gevoel, met alle gevolgen van dien voor het kind. Juist de verschillen in ons maken letterlijk ‘het verschil’. Bij grote bedrijven zie ik juist het tegenovergestelde. Daar lopen vaak allerlei klonen van zichzelf rond.”
De ‘extra ruimte in het hoofd’ wordt ook ingezet bij het primaire proces: het opvoeden van het kind. “Bij kinderopvangcentra en basisscholen is het stereotype beeld dat (meestal!) een juf op een plastic stoeltje zit en de groep in de gaten houdt. Ondertussen worden bevelen gegeven: “Jantje niet doen!”. Die plastic stoeltjes heb ik allemaal in een bus weg laten voeren. Het kind wordt immers op deze manier opgevoed in een ‘commando cultuur’ met een passieve bevelhebber op een plastic stoeltje bovenaan de hierarchie. De juffen moeten juist actief meedoen in de groep, zodat er een gevoel van vrijheid en gelijkheid ontstaat in de psyche van het kind.”
Een ander voorbeeld waarmee duidelijk wordt dat Tiktak beseft dat zij verankerd zit in een groter geheel, is hoe zij met ouders/klanten omgaat. Tiktak heeft als norm dat zij geen geweld gebruikt, zowel verbaal als fysiek. Kinderen worden namelijk immuun voor geweld als ze er te vaak aan worden blootgesteld. Juist dit aspect stuit een groep ouders tegen de borst: “geef mijn kind af en toe maar een tik”. Johan legt uit dat het personeel geïnstrueerd wordt om deze groep te adviseren bij een andere kinderopvang te kijken. Het heeft immers geen zin om met deze ouders in zee te gaan. Vanaf moment 1 voelen zij weerstand bij onze manier van werken en om aan de verwachtingen van deze ouders te voldoen, zal eerst die weerstand overwonnen moeten worden. Zeer lastig. Ondanks de weigering, proberen we ze toch een alternatief voor het opvoeden aan te reiken. Een alternatief zonder geweld, waarbij het leervermogen van het kind centraal staat.” Ook dit is weer een voorbeeld van zéér realistisch én commercieel denken wat je bij de meeste commerciële bedrijven niet zult treffen. Het is het besef dat een bepaald type klant zijn draai niet kan vinden bij Tiktak en op haar beurt voor Tiktak een extra kostenpost vormt. Vervolgens wordt toch een advies meegeven waar de klant (en de maatschappij) op langere termijn baat bij hebben, met het effect dat diezelfde klant op langere termijn tóch voor Tiktak kiest!
Johan sluit het gesprek af met een mooie anekdote over bedrijfsvoering. Hij is afkomstig van een Triodos bankier die hij kent: ”als het slecht gaat met banken, dan ligt de oplossing in het geven van extra geld. Geld is echter niks meer dan de spiegel van de organisatie. Het injecteren van extra geld bij banken is te vergelijken met jezelf in de spiegel kijken en aan de spiegel frunnikken om je haar goed te krijgen.”
Dit interview heeft echt plaatsgevonden. Helaas zijn het gefingeerde namen. Toen dit interview nogmaals onder de aandacht van ‘Johan’ werd gebracht, wilde Johan elke zin nuanceren, ondanks dat hij de uitspraken wél heeft gedaan. Klanten en personeel zouden dit stuk ook kunnen lezen, was het antwoord. Moraal van het verhaal: er zijn wel leiders die goed doen, maar uiteindelijk blijft het een egocentrische bezigheid.