Beste Frank,
Je hebt in het onderwijs een bijzondere situatie die ik overigens ook wel eens in andere sectoren aantref, bijvoorbeeld het bibliotheekwezen en de gezondheidszorg.
De inhoudelijke professionals in de sector worden stelselmatig genegeerd in een door anderen noodzakelijk geacht veranderproces. Elders wordt bedacht hoe de toekomst er uit moet zien en vervolgens ‘rollen’ we dat uit in de hoofden van die professionals (”Begrijp dat nou eens, … denk nu eens net zo weldenkend als ik. Alles moet sneller en goedkoper, de markt dicteert. Wakker worden!”).
De werkvloer zet dan vanzelfsprekend de hakken in het zand, een typisch menselijke eigenschap als er over jou heen iets voor je wordt bedacht. Je wilt niet door een ander worden veranderd. En inderdaad in het onderwijs, het bibliotheekwezen en de gezondheidszorg zitten niet de professionals die wel eens even de bakens nadrukkelijk gaan verzetten en die de logica van sneller en goedkoper niet gelijk omarmen. En misschien wel heel terecht.
Maar veranderingen omarmen doen we geen van allen altijd even juichend. Wij twitteren toevallig allebei, maar anderen hebben daar een implementatieplan voor nodig. De mediaspecialisten op het gebied van de nieuwe media, en die kunnen het weten, zeggen echt dat het zijn gelijke niet kent en dat twitteren een absolute ‘must’ is. Maar zelfs onze Koningin vertoonde weerstand tijdens haar Kersttoespraak 2009. Het mooie van mensen is dat ze in ‘hun eigen denken’ gelukkig een afweging maken en ze laten zich niet dwingen. Daadkracht tonen als manager, hoe begrijpelijk ook, heeft alleen maar een averechts effect. Je strooit uiteindelijk alleen nog maar meer zand waarin de hakken kunnen worden gezet.
Gisteren is (Ir.) Selinde van Raalte (aan de TUE) afgestudeerd op een ‘bijzondere’ aanpak in het bibliotheekwezen die het afgelopen jaar is toegepast. Een oefening waarbij de directeuren de ruimte hebben gecreëerd zodat 24 teams van professionals hun eigen bibliotheekvernieuwing konden vormgeven. Veel scepsis zeker de eerste maanden: gaat niet werken, ze kunnen het niet, de managers gaan toch ingrijpen, etc. etc. Een journaliste schreef er een artikel over onder de alles zeggende titel ‘Van Ongemak naar Bezieling’. Uiteindelijk op 26/11 een prachtig slotakkoord, waarbij de energie van de mensen vrijkwam en die energie de brandstof bleek waarmee ook nog eens 24 vernieuwingsprojecten tot stand kwamen.
Verrassend? Nee, niet echt, want het is uitgevoerd met de up-to-date kennis van zaken op het gebied van veranderkunde: managers creëren ruimte voor professionals! De praktijk echter staat daar haaks tegenover. De leiding beperkt de regelruimte van de professionals, jammer maar we weten nu dat het echt anders kan en dat het werkt. Dat vergt gedragsverandering: zowel bij de professionals (de ruimte pakken) als bij hun leidinggevenden (de ruimte geven). Op basis van gelijkwaardigheid komen we een heel eind.
NB: en voor mij geldt natuurlijk ook de titel van deze blog

Beste Jaap,
Je reageerde op een eerdere vraag met mij, via een publicatie op 3 maart. Mooie reactie en prettig om op deze manier wat verder in het eigen en elkaars denken te duiken.
Jouw redenering is sterk gebaseerd op een van je eerste zinnen: “De inhoudelijke professionals in de sector worden stelselmatig genegeerd in een door anderen noodzakelijk geacht veranderproces”.
Met deze stellng staat of valt je redenering. De vragen die het dan bij mij oproept zijn:
1. Is het waar?
2. Zijn het professionals?
Om maar met het eerste te beginnen.
Je ontkent hiermee de opkomst van de “nieuwe manager” die:
- rijnlands denkt (of probeert te denken)
- na de klassiekers ook het denken van mensen als Homan ontdekt heeft
- op zoek is naar dialoog in de organisatie
- beleid vanuit die dialoog laat ontstaan.
Als leidinggevenden zo willen werken lopen zij het risico in een spagaat te komen omdat zij zelf ook steeds minder ruimte krijgen/ervaren. Landelijk beleid lijkt gebaseerd op beperking van ruimte als oplossing voor problemen.
Ruimte geven als je zelf steeds minder ruimte ervaart is een lastige opgave.
Je roept op tot het creëren van ruimte. Een goede zaak, maar dat gaat pas echt werken als die ruimte op alle lagen ontstaat.
Tenslotte, op dit punt. Onze uitdaging is volgens mij om zelfbewust het gesprek aan te gaan over het afleggen van verantwoording. Zelf onze gewenste kwaliteit definiëren, zelf aangeven hoe we die in beeld brengen. Dat kan alleen als we het met iedereen in de organisatie doen.
Een tweede vraag is of je stelling houdbaar is dat het (in het onderwijs) gaat om professionals. Ik worstel daarmee en leg je hier graag deze worsteling voor vanuit een bepaalde invalshoek.
Professional ben je door je gedrag, niet door je functie of opleiding. Enkele kenmerken van dat gedrag:
- Kritisch naar jezelf kijken.
- De drang tot verbetering van jezelf.
- Het up to date houden van kennis en vaardigheden.
- De dialoog aangaan met collega-professionals.
Misschien is het ze afgeleerd, maar ik zie dit gedrag bij te weinig mensen terug om in het algemeen van professionals te spelen als we het hebben over mensen in het onderwijs (cg. de publieke sector?).
Dit gedrag past bij de ruimte die een professional moet ontvangen. Maar zorgt het geven van ruimte ook voor het ontstaan/de terugkeer van dit gedrag?